Multitenantplatforms

De sleutel van on-demand succes

Een centraal aspect van de voordelen van het on-demand model wordt gevormd door een belangrijke innovatie: een multitenantarchitectuur, waarin alle gebruikers en toepassingen één gemeenschappelijke infrastructuur en codebasis gebruiken die centraal wordt onderhouden.

In tegenstelling tot client/server-bedrijfstoepassingen of mailservers delen klanten in multitenanttoepassingen zoals Salesforce, Google Mail en eBay dezelfde fysieke instantie en versie van een toepassing. Afzonderlijke implementaties van deze toepassingen nemen virtuele partities in beslag en geen afzonderlijke fysieke hardware en software. In deze partities worden de metagegevens opgeslagen waarmee de bedrijfsregels, gebruikte velden, aangepaste objecten en interfaces naar andere systemen voor elke organisatie worden gedefinieerd.


 

Niet alle “software als service” is hetzelfde

De meeste aanbieders die een “gehoste service” of “Software as a Service” (SaaS) aanbieden, brengen klanten kosten in rekening voor het installeren, configureren en onderhouden van hun software als afzonderlijke klantinstanties op de hardware van de leverancier en op locatie bij de leverancier. Net als bij traditionele software brengen deze “gehoste services” grote kosten met zich mee telkens wanneer er upgrades op de software worden uitgevoerd, omdat eerdere aanpassingen van de klant verloren gaan en de toepassing voor elke klant opnieuw moet worden geïmplementeerd.

Bedrijfslogica en gegevens van elkaar scheiden

In een multitenantarchitectuur zijn het platform en de toepassingen die hierop worden uitgevoerd, van elkaar geschieden, zodat er toepassingen kunnen worden gemaakt waarvan de logica onafhankelijk is van de gegevens die ermee worden beheerd.

In plaats van het hard coderen van gegevenstabellen en paginalayouts, definiëren gebruikers attributen en functies als metagegevens, die werken als de logische “blauwdruk” van de toepassing. Door deze benadering kunnen zakelijke gebruikers (de gebruikers die waarschijnlijk het beste op de hoogte zijn van de bedrijfsprocessen die de toepassing zou moeten ondersteunen) zelf de toepassing maken met uiterst eenvoudige tools. Naast de metagegevens van een toepassing wordt op deze virtuele partities ook aangepaste code opgeslagen die is ontwikkeld met de programmeertaal Apex. Zo wordt gewaarborgd dat mogelijke problemen met die code geen gevolgen hebben voor andere klanten, en heeft onjuiste code die aan één object is gekoppeld, geen invloed op andere aspecten van de toepassing van een afzonderlijke klant.