Een API (Application Programming Interface) is een software-interface die het mogelijk maakt dat twee applicaties met elkaar kunnen communiceren. Je zou kunnen zeggen de boodschapper die een verzoek indient bij een provider en vervolgens het antwoord terugkoppelt. Volgens de oprichter van Mulesoft (dat in 2018 door Salesforce is overgenomen), Ross Mason, zullen ze een grote impact hebben op het bedrijfsleven.

 

Hoe werken API’s?

Stel je een ober in een restaurant voor. Je zit aan tafel met een menukaart klaar om te bestellen en de keuken is de leverancier die jouw bestelling maakt.

Je hebt een verbinding nodig om je bestelling door te geven aan de keuken en vervolgens het eten terug te ontvangen op je tafel. Dit kan niet de kok zijn, want die is aan het koken. Je hebt iets nodig om de klant die eten bestelt en de kok die het bereidt, met elkaar te verbinden. Hier komt de ober – of in dit geval de API – in beeld.

De ober neemt je bestelling op, brengt die naar de keuken en vertelt de keuken wat ze moeten doen. Vervolgens brengt hij het antwoord, in dit geval het eten, terug naar jou. En als de API goed is ontworpen, zal je bestelling niet tegenvallen!

 

 

Een voorbeeld van het gebruik van een API

Hoe worden API’s gebruikt? Een goed voorbeeld is het boeken van een vlucht. Wanneer je online naar vluchten zoekt, zijn er een aantal keuzes die je kan maken. Je kiest een stad en datum van vertrek, een plaats en datum voor de terugvlucht, en daarnaast nog een aantal zaken zoals een stoel, bagage etc. 

Om je vlucht te boeken moet je toegang hebben tot die informatie uit de database van de luchtvaartmaatschappij. Dat kan via hun eigen website of via een online reisdienst die informatie van meerdere luchtvaartmaatschappijen verzamelt. Of natuurlijk via je mobiele telefoon. Hoe dan ook, je wil de gewenste informatie ontvangen en dus moet de applicatie communiceren met de API van de luchtvaartmaatschappij, waardoor je toegang krijgt tot hun informatie.

De API is de interface die, net als de ober, de gegevens van de applicatie die je gebruikt via het internet naar de systemen van de luchtvaartmaatschappij stuurt en uitvoert. Het brengt je ook het antwoord van de luchtvaartmaatschappij en levert het direct aan de reisapplicatie die je gebruikt. De API maakt voor elke stap in het boekingsproces de interactie tussen de applicatie en de systemen van de luchtvaartmaatschappij mogelijk – van stoelkeuze tot boeking en betaling.

 

Wat is dus in het kort een API?

API’s zorgen voor alle interacties tussen applicaties, gegevens en apparaten. Ze maken de overdracht van gegevens van systeem naar systeem mogelijk. API’s bieden een gestandaardiseerde toegang tot alle applicatiegegevens of apparaten; of het nu gaat om toegang tot cloudapplicaties zoals Salesforce of om het shoppen vanaf je mobiel.

 

 

API’s om sneller apps te bouwen

Een API is dus een set instructies die ervoor zorgt dat softwareprogramma's onderling kunnen communiceren. Met een API is het dus gemakkelijker om een programma te ontwikkelen.

Als ontwikkelaars code schrijven, hoeven ze niet vanaf nul te beginnen. Met API’s kunnen developers repetitieve maar complexe processen gemakkelijk hergebruiken met maar een klein beetje code. Zo kunnen zij met API’s aanzienlijk sneller apps ontwikkelen, wat heel belangrijk is om het huidige tempo waarmee apps tegenwoordig worden ontwikkeld en de vraag uit de business bij te houden.

Ontwikkelaars zijn met API’s veel productiever dan voorheen, omdat ze niet het wiel steeds opnieuw hoeven uit te vinden wanneer ze een nieuwe applicatie bouwen. In plaats daarvan kunnen ze zich richten op de unieke propositie van hun applicaties terwijl ze de standaard functionaliteiten uit API’s halen.

 

 

Het gebruik van API’s maakt je sneller en flexibeler

Een van de belangrijkste voordelen van API’s is dat ze het mogelijk maken om de functionaliteit van het ene systeem naar het andere te verplaatsen. Via een API-endpoint wordt de applicatie die vraagt om de data gekoppeld aan de infrastructuur die de dienst levert. Het maakt niet uit als de infrastructuur van het endpoint verandert, want zolang de specificatie van wat de serviceprovider aanlevert hetzelfde blijft, heeft dit geen effect op de applicatie die van de API afhankelijk is. 

Dit biedt de dienstverlener veel flexibiliteit in de manier waarop hij de diensten aanbiedt. Als de infrastructuur achter de API bijvoorbeeld uit fysieke servers in een datacenter bestaat, dan kan de serviceprovider zonder problemen overstappen naar virtuele servers in de cloud.

API-gestuurde connectiviteit moet het net zo makkelijk maken om van systeem te veranderen als een stekker in een stopcontact te steken. Dit is cruciaal voor de moderne IT-afdeling, waar ze niet terug willen naar onoverzichtelijke point-to-point integraties voor bedrijfsoplossingen, die veel onderhoudstijd en middelen vragen.

 

Verschillende soorten API’s

Er zijn verschillende soorten API’s. Er zijn programma-georiënteerde zoals Java API’s, maar ook web API’s zoals het Simple Object Access Protocol (SOAP), Remote Procedure Call (RPC) en misschien wel de meest bekende Representational State Transfer (REST). Volgens Programmable Web zijn er 5.000 algemeen beschikbare API’s en daarnaast nog vele duizenden API’s die bedrijven zelf hebben gebouwd en gebruiken om hun interne en externe mogelijkheden uit te breiden.

Een technologische oplossing die API’s en integratie ondersteunt, is MuleSoft. Wil je MuleSoft in actie zien? Lees dan het verhaal van Albert Heijn’s Tap to Go. Met behulp van API’s bieden zij niet alleen een winkelervaring die snel en makkelijk is, ze bieden een service waar klantloyaliteit van groeit.