E-commerce-agents hebben unieke kenmerken waarmee ze taken van begin tot eind uitvoeren en resultaten boeken die impact hebben op jouw bedrijf. Deze kenmerken zijn:
Rol (Welke taak moeten ze uitvoeren?)
Beschrijf in gewone taal welke taak je een agent wilt laten uitvoeren. Als je bijvoorbeeld merkt dat een artikel minder goed verkoopt, kun je een e-commerce-agent opdracht geven om een nieuwe merchandising- of promotiestrategie te ontwikkelen. De agent zoekt vervolgens naar semantisch gerelateerde informatie in de metadata van je bedrijf. Op basis van contextueel inzicht in hoe jouw bedrijf werkt, stelt de agent automatisch onderwerpen en acties voor om het project of de taak af te ronden.
Data (betrouwbare, machineleesbare kennis)
E-commerce-kanalen veranderen en traditionele strategieën zijn niet langer voldoende. Bedrijven moeten nu niet alleen optimaliseren voor de consumentervaring, maar ook voor machine-interpretatie. Op AI gebaseerde ontdekkingssystemen vertrouwen steeds meer op gestructureerde, machineleesbare data. Dit betekent dat bedrijven prioriteit moeten geven aan gestructureerde productdata (zoals schema.org-opmaak en GS1-standaarden) om machines precies te vertellen wat een artikel is: prijs, merk, kleur, afmetingen, compatibiliteit, duurzaamheidsdata en meer.
Een agent is alleen zo goed als de data waar hij toegang toe heeft. Agents zijn afhankelijk van schone, consistente en gestructureerde informatie om weloverwogen beslissingen te nemen namens zowel zakelijke gebruikers als consumenten. Wanneer product-, prijs-, voorraad-, fulfilment- en klantervaringsdata versnipperd zijn over systemen of in inconsistente formats worden aangeleverd, hebben agents moeite om het aanbod nauwkeurig te interpreteren, de waarde in te schatten of betrouwbaar te communiceren. Wanneer je bedrijfsgegevens binnen commerce, marketing en service zijn geïntegreerd in één consistent en gestructureerd formaat, kunnen ze snel worden geactiveerd door zowel mensen als AI-agents.
Acties (Welke functionaliteiten hebben ze?)
Acties zijn de vooraf gedefinieerde taken die een agent kan uitvoeren op basis van een trigger of instructie. Elke actie moet worden uitgevoerd via robuuste, API-gestuurde workflows die zijn ontworpen voor snelheid en interoperabiliteit tussen platforms.
Een winkelier kan bijvoorbeeld een agent inzetten om een promotie te maken die helpt overtollige voorraad te verkopen, gericht op een specifieke klantengroep. Eerst identificeert de AI-agent van de winkelier de overtollige voorraad via geïntegreerde, gestructureerde data uit het voorraadbeheersysteem. Vervolgens koppelt de agent deze data aan klantsegmenten om waardevolle shoppers te vinden die de grootste kans hebben om een aankoop te doen. Via API-gestuurde workflows genereert de agent daarna automatisch een tijdelijke promotie in het prijssysteem, maakt gerichte campagne-assets aan in het marketingautomatiseringsplatform en werkt de betreffende productpagina's bij in alle digitale storefronts. Omdat elke actie werkt op gestandaardiseerde, machineleesbare data en interoperabele API's, kan de agent de promotie direct uitvoeren, consistentie over alle kanalen waarborgen en aanbiedingen dynamisch aanpassen naarmate de voorraad verandert.
Grenzen (Wat mogen ze niet doen?)
Wanneer je een agent aanmaakt, weet je precies wat je wilt dat die doet. Maar je moet ook nadenken over grenzen en exact vastleggen wat je niet wilt dat de agent doet. Dit kunnen instructies in gewone taal zijn om te escaleren naar een medewerker, of ze kunnen voortkomen uit ingebouwde beveiligingsfuncties, zoals de Einstein Trust Layer van Salesforce.
Kanaal (Waar werken ze?)
Kanalen zijn de applicaties waarin agents hun werk uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan je website, een messaging-app zoals WhatsApp, CRM, een mobiele app of Slack.